Tuesday, June 2, 2009

Tweeluik

Maak kennis met Noël en Amalia en het dagelijks leven in San Carlos, Nicaragua.

Noël
De hitte is bijna ondraaglijk. Samen met zo'n twintig anderen probeer ik de pasjes die onze dansleraren zo simpel doen voorkomen, te reproduceren. Op het ritme van zwoele salsamuziek schuif ik mijn blote voeten over de zanderige, stenen vloer in een poging de volgorde van links, rechts, overstap, voet omhoog (of was het naar achteren?) onder de knie te krijgen. Na een uur begint de brij van voeten eindelijk logica te vormen en vieren we dat met een kleine pauze en een grote slok koud water. Dan is het tijd om te oefenen met een partner, een opgave die ook hier voor geschuifel naar een hoekje en de nodige schuchtere blikken zorgt. Gelukkig is daar Noël, die, als Cupido, iedereen een handje helpt en koppels vormt. Hij pakt mijn zweterige hand om onze net ingestudeerde solitaire danspasjes in de praktijk die salsadansen heet te brengen. Alle onduidelijkheid van eerder die avond verdwijnt als blijkt dat ik een danspartner te pakken heb die van wanten weet en ik opeens precies begrijp waar mijn voeten wanneer moeten zijn. Zo gaat dansen hier blijkbaar: "jij bent een vrouw, dus hoeft enkel te volgen" is de waarheid.
Later op de avond staan we op straat wat te praten, hopend op een zuchtje wind dat wat verkoeling brengt. Op een gegeven moment stelt Noël de vraag die hier al vaker tot ongemakkelijke discussies heeft geleid: "wat is je geloof?". Eva en ik antwoorden dat we niet in god geloven, wat maakt dat de hele sfeer in een klap 180 graden draait. "Hoe bedoel je, je gelooft niet in god?", "God bestaat!", punt. In ons beste Spaans proberen we uit te leggen dat de bijbel voor ons geen antwoord vormt op de vraag hoe het leven op aarde is ontstaan, dat we niet geloven dat we hier op aarde zijn met een opdracht. Dat ons bestaan hier op aarde voor ons slechts het gevolg van een samenloop van omstandigheden is, dat we zelf ons doel bepalen, dat we liever zelf op zoek gaan naar betere antwoorden op de grote vragen des levens. Dan komt de evolutietheorie ter sprake. Noël lacht schamper en doet het bekende plaatje na waarbij een figuur evolueert van (mens)aap tot mens en uiteindelijk rechtop komt te staan. Als ik zeg dat ik dat aannemelijker vindt dan dat god de wereld in 6 dagen geschapen heeft lacht hij me recht in m'n gezicht uit, "maar apen zijn dieren!!". Noël kijkt ons ongelovig aan als we zeggen dat mensen ook dieren zijn, als ik hem voorbeelden geef van evolutie, als Eva vertelt over de vele filosofen die liever meer vragen stellen dan tevreden zijn met de inconsistente uitleg van de bijbel. Het is tevergeefs. We zijn niet goed bij ons hoofd, zijn slechte meisjes, zullen naar de hel gaan.
Dat was het einde van ons gesprek die avond. Een discussie wil ik best aangaan, begrip opbrengen voor het feit dat mensen als Noël geen toegang hebben tot andere perspectieven op het leven en denken in dogma's kan ik ook, maar het totale gebrek aan respect voor onze ideeën werd me echt te veel. Twee dagen later zien we hem weer. Als we de danszaal binnen komen kijkt hij voorzichtig vanuit zijn ooghoeken om onze reactie te peilen. Als de muziek start komt hij op me af en zegt: "Laten we het er maar niet meer over hebben, laten we dansen".

Amalia
Op mijn eerste dag in San Carlos nemen huisgenootjes Martijn en Ivo me voor de lunch mee naar Amalia. We lopen een paar honderd meter over een stoffig zandweggetje en nemen een klein pad naar links. Aan beide zijden staan in elkaar geknutselde huisjes, en de derde aan de rechterhand is ons doel. Ik word voorgesteld aan Amalia en de rest van haar familie. Franklin en Erick, twee van haar zoons, zijn een raam in de voorgevel van het huisje aan het maken, voor het winkeltje dat Amalia net begonnen is. Voorheen werkte ze als schoonmaakster bij de Fundacíon del Río, maar wegens geldgebrek is ze ontslagen. Nu verdient ze de kost met het koken van lunch en avondeten voor mensen als wij en is ze bezig met het opstarten van haar eigen tienda. Ik neem plaats op een van de beschadigde plastic stoelen en terwijl we op onze lunch wachten probeer ik te achterhalen hoe deze familie van 6 personen op 25 m2 woont. Ik kijk mijn ogen uit. De vloer bestaat uit aangestampte aarde, aan het plafond hangt enkel een peertje. De kamers zijn gemaakt van vuilniszakken of karton gespannen tussen houten palen, voor het beetje privacy dat haalbaar is op zo'n klein oppervlak. In het keukentje helpt Maria (de vriendin van Franklin) met het bereiden van de lunch. Maria's moeder is in het washok de was aan het doen, om de kledingstukken daarna over de waslijn, die is gemaakt van prikkeldraad, te drogen te hangen. In de tuin brandt een open vuur, waar gallo pinto staat te sudderen, en tussen de mangobomen hangt Rafael, de man van Amalia en de vader van Erick en Evelyn, in een hangmat, waar hij de krant leest. Evelyn woont een paar straten verderop, samen met haar man en dochtertje Genesis van 8, en verkoopt tweedehands kleding in een winkeltje aan huis. Dit is waar onze 'zak van Max' eindigt. Evelyn lacht ongelovig als ik vertel dat ik ook graag zo mijn kleren koop en rondsnuffel alsof het de zoveelste tweedehandswinkel is die ik binnenloop.
Amalia is 39 en oma. Ze was 13 toen ze haar eerste kind kreeg. En dat is geen uitzondering hier. Meer dan eens is mij gevraagd waarom ik nog geen kinderen heb. Er wordt een pijnlijk gezicht getrokken en geopperd of ik misschien geen kinderen kan krijgen? Als ik antwoord dat ik liever nog geniet van mijn vrijheid en mijn tijd steek in studeren in plaats van in het verschonen van luiers spreken de verbaasde gezichten boekdelen. Alhoewel de minimum leeftijd om te trouwen hier ook 18 jaar is, en het volgens de bijbel (die ze verder toch fervent aanhangen) verboden is sex te hebben voor het huwelijk, is het percentage tienermeisjes met zwangere buik of baby op de arm schrikbarend hoog.
Een paar weken later kom ik de huiskamer ingerend. Sorry dat ik zo laat ben, ik was in slaap gevallen in mijn hangmat, zeg ik met het schaamrood op mijn kaken. Gelukkig is het geen probleem en staat er binnen de kortste keren een dampend bord met rijst, bonen, tortilla, kaas en avocado voor mijn neus. Rafael steekt zijn neus boven de krant uit en brengt me op de hoogte van de huidige stand van zaken omtrent de Mexicaanse griep. Nicaragua is het enige midden-Amerikaanse land dat nog geen gevallen heeft meegemaakt, meldt hij me trots. Dan laat hij me een berichtje in de krant zien over de eeuwig durende ruzie tussen Nicaragua en Costa Rica over de Río San Juan, een van de weinige grens-rivieren waarbij de grens niet in het midden van de rivier loopt, maar het water geheel in handen van Nicaragua is. Iets waar Costa Rica het niet mee eens is. Rafael praat graag en veel over politiek en vertelt mij en Eva verhalen over de huidige politieke situatie, maar ook over het roerige verleden van Nicaragua. Dan komt Erick binnen, met een nieuwe muziek dvd die hij ons direct moet laten zien. Zo zitten we 5 minuten later naar een concert van Rammstein te kijken (waar de rest van de familie wat minder blij mee is dan Erick) en is het aan mij en Eva om de teksten te vertalen. Franklin en Maria kijken vol afschuw naar de frontman en verklaren dat ze meer van música romántica houden. Dus gaat de radio aan en staan Amalia en Rafael en Franklin en Maria al schuifelend in de kleine ruimte. Erick kijkt sip naar de televisie, waar de headbangende menigte doet vermoeden dat er een nieuw nummer aftrapt. Dan horen we gejoel, en zien we Evelyn en Genesis door het raam hangen, lachend om hun dansende familie. Genesis klimt door het raam en geeft me een knuffel. Evelyn verzekert Eva en mij dat we snel langs moeten komen, ze heeft een hele lading nieuwe kleren binnen gekregen en weet zeker dat er iets voor ons bij zit.
Een half uurtje later loop ik terug naar mijn werk, en de glimlach op mijn gezicht verraadt hoe blij ik word van deze lieve familie, die zelf zo weinig heeft, maar ons met open armen ontvangt.

Tuesday, September 23, 2008

Door de bomen het bos weer zien

Door mijn van straatvuil wazige raam kijk ik uit op het grauwe grijze Nederlandse straatleven. Dikke druppels vormen langzaamaan grote regenplassen op het wegdek. Het weer weerspiegelt mijn gemoed. Terug in Nederland betekent haast, efficiëntie, sleur en onvermijdelijk: regen. Ik moet er nog even aan wennen na ons grote Brazilië avontuur, waar iedere dag iets nieuws bracht, de levensstijl relaxed is en het weer mooi.

De opdracht waarmee we op reis gingen was: uitzoeken hoe het zit met ontbossing in Brazilië. Wie zijn de belangrijkste spelers? Waar liggen de problemen? Wie is er verantwoordelijk? En zijn er oplossingen te vinden?

Op zoek naar antwoorden reisden we af naar de Braziliaanse middle of nowhere: het gebied rond het Xingu park in Mato Grosso, ergens in het midden van dat enorme land gelegen. Langer dan een week verbleven we in en rondom het Xingu park, en spraken aldaar met settler boeren, een kleine soja boer, indianen en de grootste sojaproducent ter wereld. Gesprekken die ons inzicht gaven in de complexe samenloop van omstandigheden die in Brazilië tot ontbossing leidt. De lage landprijzen, die leiden tot ongecontroleerde expandering richting het regenwoud. Het ontbreken van handelsbarrières voor soja, wat voor een interessante afzetmarkt zorgt, die maar blijft groeien. De moeilijkheden rond monitoring en handhaving van de wet, die ervoor zorgen dat de (voor ons enigszins onverwacht) sterke wetgeving omtrent bossen helaas maar al te vaak wordt overtreden. En dat is nog maar het begin.

Een medewerker van partnerorganisatie ISA noemde de situatie rondom het Xingu park ‘the Death Hug’: hoe hard je ook probeert het park van binnenuit te beschermen, de druk van buitenaf wordt immer groter. En dat hebben we gezien. Met een klein vliegtuigje maakten we een anderhalf uur durende tocht over het gebied, waarbij de grens van het park was te herkennen aan de contouren van het regenwoud. Een tropisch eilandje in een zee van soja.

Na twee weken in Brazilië gereisd te hebben in het kader van de FairClimate campagne bleef ik met 3 medeambassadeurs nog twee weken langer in Brazilië, om optimaal gebruik te maken van onze verre vlucht, en vakantie te vieren. Maar ambassadeur ben je niet alleen tijdens kantooruren, dat ben je dag en nacht. Dus ook in die twee weken, waarin we Rio de Janeiro en de Costa Verde bezochten, hielden we onze ogen en oren open.

Zo leerden we dat een groot deel van de kust van Brazilië voorheen bedekt was met de Mata Atlantica, het Atlantische regenwoud. Daar is anno 2008 nog maar 7% van over. Maar, er wordt een poging gedaan om deze gebieden weer her te bebossen. Omdat de vele functies van het bos wel degelijk onmisbaar zijn: het bos beschermt Rio tegen landslides, draagt bij aan frissere lucht in deze miljoenenstad en biedt rust en ontspanning aan haar inwoners. Op Ilha Grande, een eiland voor de Costa Verde dat geheel als nationaal park is aangemerkt en waar geen auto’s zijn toegestaan, zagen we hoe bosbehoud samen kan gaan met economische ontwikkeling door (eco-)toerisme.

Om te voorkomen dat met het Amazone woud hetzelfde gebeurt als met de Mata Atlantice, zijn bosbehoud en (waar al ontbossing heeft plaatsgevonden) herbebossing belangrijke speerpunten in het beleid van ISA. Middels hun Xingu seed network (netwerk voor inheemse zaden) proberen zij het bos in Mato Grosso zijn oorspronkelijke vorm terug te geven, en het bos dat er nog staat te beschermen.

De rol van Nederland in dit verhaal zit ‘m in verantwoordelijkheid. Nederland, die als tweede soja-importeur ter wereld (in)direct heeft bijgedragen aan de ontbossing in Brazilië. Nederland, die klimaatverandering tegen wil gaan en de Amazone wil behouden. Nederland, die daaraan kan bijdragen door te investeren in bosbehoud en herbebossingprojecten in Brazilië.

Op de klimaatconferentie in Poznań zal worden onderhandeld over REDD (Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation), een mechanisme waarin bosrijke ontwikkelingslanden financieel worden gecompenseerd voor bosbehoud. Landen die op te grote ecologische voet leven betalen zo voor hun beslag op natuurlijke hulpbronnen als bossen en de atmosfeer. Op deze manier ontstaat er in landen als Brazilië een financiële prikkel voor het behouden van het regenwoud, waarbij het bos en haar bewoners betaald worden voor de milieudienst die ze leveren. Een mechanisme waar wij, als FairClimate ambassadeurs, ons hard voor zullen maken. Zodat we door de bomen het bos weer zien.

Friday, August 22, 2008

Big guys and bad guys

Een van de bekendste beelden van ontbossing in Brazilië is die van een groot aantal combines die soja oogsten tegen een achtergrond van regenwoud. Soja als hoofdverantwoordelijke voor de voortdurende bomenkap in de Amazone. Een sterk beeld, maar wel een die enige nuance behoeft.

Eén van de belangrijkste vragen die wij meenamen op deze reis was: wat is de rol van Nederland in de sojaproductie van Brazilië? Is Nederland als tweede importeur van soja ter wereld verantwoordelijk voor de ontbossing die plaatsvindt in de Amazone? Kan een land als Nederland druk uitoefenen op de Braziliaanse soja sector, die wordt gekenmerkt door grote ondernemingen, met een dikke vinger in de pap van de lokale en nationale overheden in Brazilië? En als Nederland vraagt om duurzame soja, bestaat dat dan ook?

In de afgelopen dagen hebben we verschillende verhalen over de soja productie in Brazilië gehoord. Van een kleine soja boer tot de grootste private soja producent ter wereld - de Maggi Group - momenteel in handen van Blairo Maggi, tevens gouverneur van de staat Mato Grosso.

Als ons één ding duidelijk geworden is uit deze gesprekken is het wel dat het, alhoewel het verleidelijk is, niet verstandig is de zaken teveel te versimpelen. Het zijn niet alleen de grote boeren die ontbossen, en de soja productie is niet het enige probleem. Om het kort en krachtig te zeggen: “the big guys are not always the bad guys”. Althans, als je met the big guys aan de grote soja producenten refereert. De andere big guys, de multi national corporations, zoals Cargill, zijn wel degelijk verantwoordelijk. Zij beheersen de internationale soja markt, een systeem waar zowel kleine als grote sojaboeren zich in gevangen voelen. De combinatie van een lage sojaprijs, een hoge prijs voor inputs als bestrijdingsmiddelen en kunstmest en een lage landprijs is voor vele kleine sojaboeren een dodelijke. Het leidt tot een systeem waarin het opschalen van productie de enige manier is om te concurreren en het hoofd boven water te houden. Een systeem waarbinnen het ontzettend moeilijk is op een andere, meer duurzame manier te produceren en daar niet financieel aan ten onder te gaan. De harde waarheid van de soja sector.

Maar, zoals tijdens een gesprek met een lokale NGO naar voren kwam: “people are not knocking down forest because they are evil”. Ontbossing is een gevolg van marktwerking, van financiële prikkels uit landen als Nederland, op zoek naar goedkope soja. Ontbossing is een van de negatieve externe effecten, waarvan de kosten door niemand betaald worden, en waar niemand zich verantwoordelijk voor voelt.

De oplossing ligt dan ook in de gehele productieketen. De destructieve sojaproductie kan pas veranderd worden als de verantwoordelijkheid voor een meer duurzame sojaproductie gedeeld wordt door alle actoren binnen de productieketen. Een oplossing waar ook Nederland aan kan bijdragen, door deze verantwoordelijkheid op zich te nemen, zich in te zetten voor duurzame soja productie en door kleine boeren te ondersteunen in hun struggle for survival.

To the being, to the bong!

Oftewel, tudo bem, tudo bom! Alles goed? Alles goed! Een typische frase in het Braziliaanse leven. Iedereen is vriendelijk, hartelijk en vrolijk. Ook al is lang niet alles wat we de afgelopen dagen in Mato Grosso hebben gezien vrolijk stemmend.

Mato Grosso betekent thick forest, oftewel dik bebost. Terwijl het merendeel van de staat, waar we de afgelopen dagen behoorlijk wat kilometers door gereden hebben over hobbelige zandweggetjes niet bepaald dik bebost is. Uitgestrekte akkers, braakliggende stukken grond en zwartgeblakerde boomkarkassen bepalen het aangezicht. Op het eerste oog lijkt het misschien een doorsnee agrarisch landschap, maar als je je realiseert dat hier 10 jaar geleden nog dicht regenwoud stond komt de waarheid opeens hard aan.

Ons verblijf bij de inheemse groep Kísêdjê in het Xingu-park onderstreepte dat nog eens. De indianen, die aan de rand van het park, aangrenzend aan een fazenda van 200.000 ha wonen, vertelden ons hoe hun historische leefgebied verwoest is, hoe zij hebben moeten vechten voor hun recht op eigen land en hoe hun rivieren worden vervuild door de run-off van de sojaplantages. Indrukwekkend om te zien hoe mensen die al zo lang in harmonie met de natuur leven worden ingesloten door de expanderende landbouw om hen heen.

Gelukkig zijn niet alle verhalen die we de afgelopen dagen hebben gehoord negatief. Ons bezoek aan een small farmer in een settlement (door de overheid geplande nederzettingen voor landloze kleine boeren) liet ons zien hoe het anders kan. Op hun land bedrijft deze familie agroforestry: een vorm van landbouw waarbij bosbehoud en bosaanplant gecombineerd worden met allerhande gewassen, die elk op een ander tijdstip geoogst kunnen worden en zo het jaar rond voor inkomsten zorgen. Op de boerderij waar wij op bezoek waren stonden verschillende soorten biologisch geteelde fruitbomen, rubberbomen, bonen, manioc (cassave) en suikerriet. Onder het genot van vers gecrusht suikerrietsap zagen we hoe ze van hun oogst verschillende producten maken: repen suikerpinda zoetigheid, jam en natuurlijk cachaça: het basisingrediënt voor de wereldberoemde caipirinha. Muito bem!

18 augustus 2008

Utopia da Modernidade and the Green Ocean

Buiten straalt de strakblauwe lucht, het is rond de 30 graden en op de droge, rode aarde verrijst de betonnen stad Brasília. Gepland in de vorm van vliegtuig, in communistisch aandoenende bouwstijl, compleet met brede lanen, genummerde woonblokken en hoog verrezen standbeelden. Het doet niet echt aan als een wereldstad, voelt niet eens als het Brazilië waar ik over gehoord had. Maar, er zijn Brazilianen, zoals onze gids, die de stad daadwerkelijk zien zoals het bedoeld is: een Utopia da Modernidade.

Brasília, gebouwd in de jaren ’50, is ontstaan waar voorheen enkel cerrado was: de Braziliaanse savanne. Op foto’s is te zien hoe de eerste weg wordt aangelegd: een rode, stoffige weg in een uitgestrekt landschap, waar enkel gras en bomen te zien zijn. Moeilijk voor te stellen dat dit dezelfde plek is waar nu betonnen kolossen het aanzicht bepalen.

Maar dit is de werkelijkheid in Brazilie: het Amazonegebied en de aangrenzende cerrado worden steeds verder ontbost. Door verstedelijking, maar vooral ook ten behoeve van de landbouw: voor de extensieve veehouderij en soja monocultuur. Vanavond vertrekken we met de bus naar Canarana in de staat Mato Grosso, waar de ontbossing het snelst plaatsvindt. Daar zullen we de ontbossing met eigen ogen kunnen zien.

Het voorkomen van ontbossing is een belangrijke speler in het bestrijden van klimaatverandering: op dit moment draagt de vrijgekomen CO2 door ontbossing voor ongeveer een kwart bij aan klimaatverandering. Daarnaast hebben bossen, en met name de Amazone, ook een meer lokale functie voor het klimaat. De Amazone wordt niet voor niets the Green Ocean genoemd: naast dat het regenwoud op zichzelf een belangrijke waterhuishouding heeft speelt het ook nog eens een grote rol in de neerslagpatronen van heel Zuid-Amerika. Zonder Amazone geen neerslag in Zuid-Brazilië, Bolivia en Argentinië.

Het behoud van het regenwoud is in het belang van ons allen. De gesprekken die we vandaag en gisteren met inheemse bevolking uit het Amazonegebied hadden maakte ons duidelijk hoe belangrijk een collectieve geest is. Geen tragedy of the commons, maar samen leven met de natuur. Zoals Marcos Terena, directeur van het inheemse museum in Brasília ons meegaf: “Love the earth that feeds you”. Ideeën waar wij volgens mij nog wel iets van kunnen leren.

12 augustus 2008

Monday, October 15, 2007

Make a change, start today!

The green, greener, greenest race is all around us. Since Al Gore’s documentary ‘An Inconvenient Truth’ everybody seems concerned about the environment. Every car manufacturer promotes its most environmentally friendly automobile, fashion designers declared that ‘green is the new black’ and organic food is more popular than ever!

A perfect moment for a Blog Action Day concerning the environment.

An important moment, because although the environment is in the picture now, it could prove to be just another hype. And it shouldn’t be! The way we are living our life changes the world around us, and leaves many of the people on earth living in poverty. In order to truly care about our planet and the people living on it, we should recognize the limitations of the earth and try to find more sustainable, less degrading, ways of living.

A good moment, because Al Gore just received a Nobel Prize for his documentary, because tomorrow is World Food Day, because the environment needs consideration every day and in every aspect of life.

The moment, because the longer we wait for action, the worse it gets. Don’t wait for your government, your parents or your neighbor to act. You are responsible for your own decisions, for your own actions. It is your future. Make it last. Make a change, start today!

Sunday, October 14, 2007

Als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind

Al fietsend door het bos zie ik bomen met ontluikende blaadjes; groen, fris en fruitig, smachtend naar fotosynthese. Ik zie paddestoelen die zich vastklampen aan stevige boomstronken, bestaande uit niet te tellen zoveel cellen. De natuur die bestaat uit scheikundige verbindingen, onderhevig is aan natuurkundige zwaartekracht, maar zich openbaart in een kunstzinnig schouwspel.

Als je luistert naar de wolken,
als je luistert naar de wind

Wolken die langs de horizon jagen, als grijstinten in een aquarel. Ik fiets ze achterna, word meegevoerd door de wind. De zee fluistert in de verte. Dauwdruppels op spinnenwebben vertellen het grootste verhaal.

De lucht kleurt roze, rood. De dijk trekt een kaarsrechte streep tussen de groene weilanden en de gloeiende, perfect ronde bol die langzaam opkomt. Natuurlijke elementen en verschijnselen die een brug slaan tussen rationele, kaarsrechte wetenschap en verblindende, onverwachte kunstvormen.

De zee die iedereen op aarde verbindt, dezelfde zon die onze gezichten kietelt. De grond waar wij allen op staan en die wind die door onze haren waait. Als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind, hoor jij het dan ook? Dat we diep van binnen allemaal hetzelfde zijn, arm of rijk, zwart of wit, wetenschapper of kunstenaar. Een verzameling van cellen, voor 60% bestaand uit water.

De natuur om ons heen, in ons, vormt de perfecte combinatie van wetenschap en kunst. De natuur vertelt ons een verhaal, maar misschien zijn we te verblind om dit in te zien. Misschien geloven we niet meer in sprookjes. Eeuwige ruzies om ruimte, geloof en een eigen mening. We moorden elkaar uit, vernietigen het aardse paradijs en de mens verdrinkt in zichzelf. Kijk eens om je heen. Denk eens met je hart en voel eens met je hoofd. Kijk eens hoe mooi.

Je fietste op de afsluitdijk
en ik weet niet wat je er nu van vind,
als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind

(Spinvis – Bagagedrager)

En ik fiets verder, mijn hoofd is leeg. Ik luister, kijk en ervaar. Mijn blik vangt het schouwspel dat zich voor mij voltrekt, mijn hersenen verwerken het tot een immer veranderend kunstwerk. Ik zie de schittering van de zon, weerkaatst in dauwdruppels op spinnenwebben. Over een klein uurtje begint de dag, ontstaan er weer ruzies en onenigheid. Maar nu is het nog even stil, in het aquarel van de vroege morgen.

Het gevoel van de mens

The question is not ‘can they reason?’, nor ‘can they talk?’, but ‘can they suffer?’ (Jeremy Bentham)

De mens is een wezen dat probeert pijn en lijden draaglijk te maken door zoveel mogelijk afstand te nemen van de wereld en de gebeurtenissen die zich daarin afspelen. De filosoof Günther Anders illustreert dit met de fabel van de uitkijktoren:

Toen mevrouw Glü vanaf de hoogste uitkijktoren in de diepte keek, doemde daar beneden op straat haar zoon op, als een nietig stukje speelgoed. Zij herkende hem aan de kleur van zijn jas. Het volgende ogenblik werd het stuk speelgoed door een speelgoedvrachtwagen overreden. (...) Maar dat alles zo-even was slechts een onwerkelijk kort moment; een speelgoedongeval. "Ik wil niet naar beneden," schreeuwde ze, zich heftig verzettend, terwijl ze naar beneden, de trap af werd geleid. "Ik wil niet naar beneden! Beneden zou ik gek worden!" (...)

Boven in onze toren gezeten, kunnen we nog verdragen wat beneden gebeurt: we 'weten' het alleen maar met ons verstand, beneden zouden we wanhopig worden. Door op afstandelijke wijze te 'weten' beschikt de mens over de macht zich naar believen van pijn te ontdoen, of deze te ondergaan zonder er werkelijk onder te lijden.

Wanneer je met deze macht van het bewustzijn in je achterhoofd de relatie tussen mens en dier bekijkt, heeft de mens duidelijk de bevoorrechte positie. Immers: de mens maakt zijn pijn en lijden draaglijk door de wereld als voorstelling buiten zich te plaatsen, te objectiveren. Dieren daarentegen beschikken niet over dit vermogen, en er zijn zelfs filosofen die vinden dat het (vrijwel) ontbreken van bewustzijn bij dieren betekent dat zij wel die pijn kennen, maar (vrijwel) niet het voor mensen zo kenmerkende lijden.

Deze bewering wordt tegengesproken door de filosoof Peter Singer, in zijn boek Animal Liberation. Hij stelt dat als het gerechtvaardigd is om aan te nemen dat andere mensen pijn ervaren en lijden zoals wij zelf doen, er geen reden is om aan te nemen dat voor andere dieren niet precies hetzelfde geldt. Dit argument wordt extra kracht bijgezet door de fysieke uitingen van pijn en lijden bij dieren, die overeenkomen met die van mensen, en het feit dat ons zenuwstelsel nagenoeg hetzelfde werkt.

Als we kunnen aannemen dat zowel mensen als dieren pijn kunnen ervaren en daaronder lijden, kan worden gekeken naar de manier waarop mensen met elkaar en met andere dieren omgaan.

In artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is te lezen dat ‘alle menselijke wezens vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren. Zij zijn begaafd met rede en geweten en moeten elkaar bejegenen in een geest van broederlijkheid’. In vervolg daarop is in artikel 2 te lezen dat ‘een ieder zich mag beroepen op al de rechten en al de vrijheden die in deze Verklaring worden afgekondigd, zonder enig onderscheid, met name van ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of elke andere opinie, nationale of sociale afkomst, fortuin, geboorte of elke andere toestand’. Het principe achter de gelijkheid van alle menselijke wezens is geen beschrijving van een absolute gelijkheid; het biedt een houvast in hoe we andere menselijke wezens zouden moeten behandelen. Het impliceert een gelijke behandeling, een behandeling waarin de belangen van ieder wezen dezelfde waarde heeft als die van ons eigen belang. Hieruit volgt vervolgens dat onze behandeling van anderen niet beïnvloed wordt door wie ze zijn, hoe ze eruit zien en over welke kwaliteiten ze beschikken.

Was het maar waar. Overal ter wereld worden mensen onderdrukt, achtervolgd en vermoord, veelal om ongegronde redenen. Racisten schenden het principe van gelijkheid door de belangen van hun eigen ras een hogere waarde toe te kennen wanneer zich een tegenstrijdigheid voordoet tussen hun eigen belangen en de belangen van een ander ras. Ze stellen zich boven een ander ras, terwijl enkel nationaliteit of huidskleur hen van elkaar doet verschillen. Terwijl ze allen beschikken over de mogelijkheid tot redeneren, tot praten en tot lijden. En allen begaafd zijn met rede en geweten.

Vele filosofen en andere auteurs hebben het principe van gelijkheid voorgesteld als een fundamenteel moreel principe, zoals ook de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat doet. Niet veel van hen hebben echter herkend dat dit principe zowel op mensen, als op andere dieren van toepassing is. Jeremy Bentham is een van de weinigen die dat wel doet, en hij heeft als argument dat het vermogen tot lijden het belangrijkste kenmerk is dat een wezen het recht op gelijke aanmerking geeft. Het vermogen tot lijden, en daarmee ook het vermogen tot het ervaren van plezier en geluk, is een vereiste voor het hebben van belangen in het algemeen. Het vermogen tot lijden en het ervaren van plezier en geluk is daarmee dus voldoende om te stellen dat dieren belangen hebben, in miniemste vorm in ieder geval het belang in niet lijden. Als een wezen ergens onder lijdt kan er geen morele rechtvaardiging zijn voor het niet in aanmerking nemen van dit lijden. Wat voor wezen het ook is, het principe van gelijkheid vereist dat dat lijden dezelfde waarde krijgt toegekend als het lijden van ieder ander wezen, inclusief menselijke wezens. Jeremy Bentham besluit deze argumentatie met de woorden: The question is not ‘can they reason?’, nor ‘can they talk?’, but ‘can they suffer?’

Hoewel er duidelijke verschillen zijn tussen mensen en andere dieren, geeft dit de mens nog niet het recht zich hiërarchisch boven andere dieren te plaatsen. Het principe achter gelijkheid impliceert niet dat alle partijen op precies dezelfde wijze behandeld moeten worden, of dat ze over precies dezelfde rechten moeten beschikken, maar dat ze op gelijke wijze in aanmerking moeten worden genomen. Dit betekent dat gelijkheid voor verschillende partijen tot verschillende uitkomsten kan leiden wat betreft behandeling en rechten. Deze uitleg wordt mooi toegepast door Peter Singer, wanneer hij de verschillen tussen mannen en vrouwen beschrijft en laat zien dat niet alle rechten op beide partijen van toepassing zijn. Hij stelt dat het niet alleen duidelijk is dat er verschillen zijn tussen mensen en andere dieren, maar ook dat er verschillen tussen mensen, en in dit geval, mannen en vrouwen zijn. Hij beschrijft dit aan de hand van abortus: veel vrouwen zijn voorstander van een legale mogelijkheid tot abortus. Alhoewel dit recht voor vrouwen volkomen relevant is (aangezien ze zwanger kunnen raken, en dit wellicht niet willen zijn), is het volkomen irrelevant voor mannen om ook over dit recht te willen beschikken. Dit voorbeeld is ook uit te leggen in het licht van de verschillen tussen mensen en andere dieren. Omdat mensen stemrecht hebben, hoeft dit niet te betekenen dat andere dieren dit recht ook zouden moeten hebben.

Hieruit volgt dus dat het irrelevant is om te streven naar absolute gelijkheid tussen mensen en andere dieren, in aanmerking genomen dat dit zelfs voor het menselijke ras al niet geldt. Wel zouden de belangen van alle menselijke en andere dierlijke wezens op dezelfde manier in aanmerking moeten worden genomen, iets wat mijns inziens totaal niet het geval is.

Terwijl veel mensen zich negatief opstellen tegenover racisme, sexisme en andere menselijke onderdrukkingsvormen, zijn er een stuk minder mensen die hetzelfde denken over de onderdrukking van dieren. Een stukje vlees hoort volgens velen immers bij de maaltijd. Ook deze mensen weten wel wat voor gruweldaden plaatsvinden in de bio-industrie, maar dit is ‘weten’ vanaf de uitkijktoren; zolang je er niet te veel over nadenkt, kun je het wegstoppen in een duister, stoffig hoekje in je hoofd. En verder smikkelen van je sappige biefstukje, verkregen door kalfjes in een hok te houden waar ze niet kunnen bewegen, zodat hun spieren niet ontwikkeld worden en het vlees mals blijft.

En dit is maar één enkel voorbeeld; over de hele wereld worden miljoenen, al dan niet miljarden dieren onder erbarmelijke omstandigheden in kleine hokjes gehouden, om op een economisch aantrekkelijke manier vlees en andere dierlijke producten aan te kunnen bieden. Een dier is op deze manier gedegradeerd tot een product, in plaats van wat het is: een levend wezen, mét belangen.

De vraag rest mij hoe mensen hun standpunt ten opzichte van, en de manier waarop ze omgaan met dieren kunnen rechtvaardigen. Hoe kan een mens die zich negatief opstelt tegenover de onderdrukking van het menselijke ras, in plaats van deze lijn door te trekken naar andere levende wezens, de rechten van dieren keihard negeren en zelfs meewerken aan de onderdrukking van dieren? Waarom blijven zovelen zitten in hun veilige uitkijktoren? Als wij allen beschikken over rede en geweten en elkaar moeten bejegenen in een geest van broederlijkheid, waarom staan dan zo weinig mensen stil bij het leed dat wij dieren toedoen?

Ik vind dat het tijd is om eens uit je uitkijktoren te komen, eens naar beneden te lopen en de waarheid onder ogen te zien. Oordeel zelf, maar als je beneden inderdaad gek of wanhopig wordt, besef dan dat je hier zelf iets aan kunt veranderen; door niet meer mee te werken aan het leed dat de bio-industrie heet.


Bronnen:

  • http://www.un.org voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
  • Klukhuhn, André, 2003. De Geschiedenis van het Denken. Zesde druk. Uitgeverij Bert Bakker, Nederland.
  • Singer, Peter, 1995. Animal Liberation. Tweede druk. Random House, London, UK.

Rupsje Nooitgenoeg

Van kinds af aan leert de beroemde ‘wijze les’ uit boeken ons al dat we tevreden moeten zijn met wat we hebben en niet altijd maar meer moeten willen hebben. Toch lijkt deze boodschap zijn doel niet helemaal te hebben bereikt. Sterker nog: de boodschap lijkt helemaal niet te zijn aangekomen! De luxeproblemen in Westerse landen wijzen ons erop dat we enkel maar méér eten, méér ruimte en méér te besteden willen hebben.

Deze vraatzucht uit zich ook in de wetenschap. De mens is bezig aan een slopende zoektocht naar het allerkleinste elementaire deeltje en wil daarnaast het heelal in kaart brengen en de hemel beroeren. Ieder beantwoord vraagstuk levert weer nieuwe vragen op en de drang achter deze zoektocht zet zich voort. Ook de kunstmatige intelligentie, ofwel het maken van denkende machines, begeeft zich momenteel in het ogenschijnlijk onbegrensde.

De buikpijn die zich manifesteert na teveel gegeten te hebben stopt de drang naar voedsel wel weer even, de beperkte ruimte in Nederland (en op de hele wereld) maakt dat er beperkingen zitten aan ons gebruik van ruimte. Ook de mogelijkheden tot consumptie worden minder wanneer de bodem van je portomonnee in zicht is, of je je diep in de schulden bevindt. Maar waar zit de stop op wetenschap?

Het maken van denkende machines doet mij denken aan wetenschappers in witte overjassen die de lego nooit helemaal ontgroeid zijn. Wetenschappers die hun hart en ziel stoppen in het fabriceren van een chatbot die eigenlijk niet eens een simpele vraag kan beantwoorden.

You: How are you?

Eliza: Does that question interest you?

Ik zal niet ontkennen dat er veel meer mogelijkheden zijn met kunstmatige intelligentie; ook ik schrijf deze column op een denkende machine. De ontwikkeling die kunstmatige intelligentie wellicht voor de boeg heeft boezemt mij echter angst in. Soms wordt wel eens half-schertsend gezegd dat kunstmatige intelligentie is wat we de computer nog niet kunnen laten doen (Wikipedia).

De mens probeert met de toepassing van kunstmatige intelligentie zijn stempel op deze aarde te zetten door de macht in eigen hand te nemen en een nieuwe wereld te creëren. De wetenschap is daartoe een mysterieus middel, met onvoorziene gevolgen. Heeft het boek dat Mary Shelley bijna 200 jaar geleden schreef over een man die leven kon scheppen uit levenloos materiaal ons dan helemaal geen waarschuwing gegeven?

"You seek for knowledge and wisdom, as I once did; and I ardently hope that the gratification of your wishes may not be a serpent to sting you, as mine has been."
(Frankenstein, Mary Shelley)

Spelen met artificieel bewustzijn is spelen met vuur. Dus is het niet eens tijd om prioriteiten te stellen, om stil te staan bij wat we allemaal al wél hebben en tegen de doordravende wetenschap te zeggen: “STOP! Nu is het echt genoeg!”. Want wíj zijn de stop op wetenschap.










(Rupsje Nooitgenoeg, Eric Carle)

Naturally high

Eens dacht ik te kunnen vliegen. Ik was een jaar of 8, het was windkracht 12, of 13 en die wind had al het water uit de Waddenzee geblazen. De boot die ons naar huis zou brengen lag stil in zijn haven en wij zaten vast op het einde van de wereld. Na talloze koppen warme chocolademelk (voor mij) en glazen bier (voor mijn vader) waagden we ons weer naar buiten. De wind blies alle gedachten uit mijn hoofd, ik rende over de dijk en daar, op het einde van de wereld, nam een windvlaag mij mee en ervoer ik, enkele seconden lang, de sensatie van het vliegen.

And the liquor that you had
is playing twister with your mind
you been artificially sad
but never naturally high

(dEUS – Everybody’s weird)

Het geweld van een storm gaf mij jaren geleden het gevoel, enkele seconden lang, intens gelukkig te zijn. Men zegt weleens dat bij kinderen de poort naar hun ziel nog open staat, in mijn ogen een manier om de twee kenwijzen te laten samensmelten. Want wanneer er nog geen duidelijke grens tussen een reflecterende geest en een participerende ziel is, kun je je nog vrij (en blij) voortbewegen in de grey area die door sommigen het godvormig gat genoemd wordt.

Helaas gaat de poort tussen ‘zien’ en ‘zijn’ steeds verder dicht en lijkt mijn leven soms geleefd te worden en de chaos in mijn hoofd immer groter. Het godvormige gat doet mij denken aan een natural high, een gevoel van één te zijn met jezelf en iedere vezel van je lichaam die opgaat in je omgeving. Het gelukkig zijn om het geluk.

Een reeks momenten in mijn leven worden gekenmerkt door dat gevoel; ongrijpbaar doch overal in mij aanwezig. De eerste zonnige dag na een lange herfst en winter die mij ieder jaar opnieuw in een euforische stemming brengt en alles om me heen doet vergeten. Een seconde, minuut of dag waarop het verstikkende gevoel van verwachtingen en verplichtingen verdwijnt, hersenspinsels je niet meer overvallen met lastige vragen en gedachten maar je gewoon jezelf bent. En daarmee gelukkig.

En als geluk mijn godvormig gat is, hoop ik op een openbaring, een manier om dit gevoel zelf op te roepen, als een bijbel die de weg aangeeft.

For now, I’m naturally sad and artificially high.